Loop in een willekeurig café in Amsterdam-Zuid en je ziet ze: brede broeken met scherpe plooien aan de tailleband, vallend over chunky loafers of suède laarzen. Een paar jaar geleden zou je gedacht hebben dat hier een verdwaalde Italiaanse opa zat. Nu zit er een twintiger achter zijn flat white.
Plooibroeken zijn terug, en niet als nostalgisch grapje. De wereldwijde modeshows voor lente en zomer 2026 lieten haast geen flat front meer zien. Ralph Lauren toonde geplooide kakibroeken, Loewe ging extreem wijd, en bij Brunello Cucinelli zat de plooi zo strak en scherp dat hij voor zichzelf sprak. De boodschap is duidelijk genoeg: de slim fit waar mannen vijftien jaar lang aan vasthielden, is opeens hopeloos uit de tijd.
Waarom de plooi nu opeens weer mag
De ommekeer komt niet uit de lucht vallen. Sinds de pandemie zoeken mannen kleding die ademt en beweegt, geen broeken die als compressiekous knellen. De plooi is daar oorspronkelijk voor uitgevonden. Door de stof aan de tailleband te vouwen, krijgt de broek extra ruimte rond de heupen en bovenbenen zonder dat je een maat groter hoeft te kiezen. Je kunt erin zitten, fietsen en bukken zonder dat de naden klagen.
Daar komt bij dat de generatie die de skinny jeans omarmde, inmiddels veertig wordt. Quadriceps groeien, rug raakt stijver, kindertjes komen op schoot. Een plooibroek is dan eerlijker dan een strakke broek waaronder je je gewicht moet inhouden. De skinny jeans had zijn tijd allang gehad, en de plooibroek is wat ervoor in de plaats komt.
Wat de moderne plooibroek anders maakt dan die van vroeger
De plooibroek uit de jaren negentig zit nog in het collectieve geheugen, en niet positief. Te bol op de bovenbenen, twee plooien aan elke kant, een tailleband die hoog over de buik klom en pijpen die in chunky lederen schoenen verdwenen. Vader-uniform, kantoor-anno-1996.
De versie van nu is een ander dier. Designers houden het bij één plooi per kant, soms twee maar dan strak en parallel. De tailleband zit hoger dan een gewone jeans maar niet absurd hoog. De pijp valt recht naar beneden of loopt heel licht naar binnen, zonder dat ballonsilhouet van toen. En cruciaal: de stof valt zwaar genoeg om over de schoen te draperen in plaats van te bobbelen rond je enkel.
De gemeenschappelijke noemer is rust. De broek hangt zoals hij hoort te hangen, je hoeft er niet aan te trekken of het kruis recht te leggen. Volgens Vogue Nederland is de hele tailoring voor de zomer van 2026 losser geworden, met meer ruimte in pak, broek en overhemd. De plooi past daar moeiteloos in.
Welke plooi je kiest en waarom dat verschil maakt
Plooien hebben een richting en die richting verandert hoe een broek valt. Twee soorten heersen nu de markt.
- Forward pleats vouwen richting het midden van de broek. Dit is de Britse en Italiaanse traditie. De plooi opent zich als je je hand in de zak steekt en geeft een verfijnde, smalle voorkant.
- Reverse pleats vouwen naar buiten richting de zakken. Dit is de Amerikaanse Ivy League-stijl en oogt iets robuuster. De plooi blijft dicht als je staat en geeft de broek een rechte, mannelijke lijn vanaf de heupen.
Voor wie net begint, zijn forward pleats minder spannend. Ze passen onder een blazer, op kantoor en bij een trui. Reverse pleats vragen om wat meer durf en werken het mooist bij een wat breder bovenlichaam.
Waar de plooibroek vandaag werkt
Je hoeft hem niet meteen onder een driedelig pak te trekken. De grootste verandering in de moderne plooibroek is dat hij ook casual draagt. Combineer hem met een dikke gebreide trui en suède loafers, en je hebt een outfit die op zaterdagochtend even werkt als op woensdag op kantoor. Volgens CNN zien stylisten dit jaar een duidelijke kentering naar bewuste, minder flashy keuzes, en de plooibroek hoort daarbij.
Een paar werkende combinaties om mee te beginnen:
- Crèmekleurige wol-plooibroek met donkere coltrui en bruine loafers. Het soort outfit waar de mensen om je heen niets specifieks aan kunnen aanwijzen, maar waar je toch beter uitziet dan zij.
- Marineblauwe katoenen plooibroek met wit T-shirt en canvas sneakers. Voor de momenten dat je niet wilt opvallen maar wel verzorgd wilt ogen.
- Bruine corduroy plooibroek met ecru sweater en leren laarzen. Voor de winter en voor wie zich niet thuisvoelt in iets te chic.
Wat overigens niet werkt: de plooibroek met een te strak shirt of jasje erboven. Het hele punt is balans. Bovenkant losser, lengte iets korter dan je dacht, schoen wat zwaarder dan je gewend was. Dat loafers nu de standaardschoen zijn geworden, helpt enorm: ze hebben precies de massa die de plooibroek nodig heeft.
Wat dit betekent voor je kast
De stille wenk hier is dat je broekladen toe zijn aan een schoonmaak. De skinny chinos uit 2018, de slim fit jeans waar je inmiddels niet meer ademend in zit, de te-korte pantalons die je tot enkelhoogte droegen: alles waar het woord skinny of tapered op het label staat, gaat de komende jaren raar voelen. Niet meteen weg, maar ook niet meer je standaard.
Twee plooibroeken zijn genoeg om de garderobe op te schudden. Eén in een neutrale wolmix voor formelere momenten, en één in katoen of corduroy voor het weekend. In chocoladebruin in plaats van zwart krijg je extra punten, want ook dat is een SS26-shift waar weinig mannen aan denken.
De plooibroek is niet het soort kleding dat over een seizoen weer verdwijnt. Het is de uitkomst van vijftien jaar smaller, korter en strakker, waarna alleen losser nog over is. Wie nu instapt, hoeft de komende jaren weinig meer aan te passen.