Een op de drie Nederlandse huishoudens heeft minder dan €2.500 op de spaarrekening staan. Bijna een kwart zit zelfs onder de €1.000. Dat blijkt uit het rapport Geldzaken in de praktijk 2026 van het Nibud, dat deze week verscheen. Het zijn geen cijfers over een specifieke groep met een laag inkomen - ze gelden ook voor mensen met een gewoon salaris die maandelijks net niet genoeg overhouden om iets opzij te zetten.
Wat het Nibud-rapport laat zien
Het Nibud hanteert als vuistregel: drie maanden netto-inkomen als minimale noodbuffer. Bij een modaal salaris van €2.900 netto per maand komt dat uit op €8.700. Maar meer dan een derde van de Nederlanders haalt die grens bij lange na niet. Een kwart kan bij een onverwachte rekening van €1.000 - denk aan een kapotte wasmachine, een tandartsnoodgeval of een auto die plotseling stilstaat - meteen in de knel komen.
Dat risico is concreter dan het klinkt. Bijna de helft van de werkende Nederlanders heeft geen echt vangnet bij plotseling inkomensverlies van meer dan een maand. Wie zzp'er is of een tijdelijk contract heeft, loopt nóg meer kans om tussen wal en schip te vallen.
Meer over de bredere spanning achter die cijfers lees je in hoe mannen hun geldstress zwijgend meedragen - want de stress zit er al langer in, maar de Nibud-data laten nu zien hoe precair de situatie werkelijk is.
Hoeveel buffer heb jij nodig?
Drie maanden is een goede beginregel, maar het hangt af van je situatie. Een paar factoren die je streefbedrag groter maken dan gemiddeld:
- Zzp of tijdelijk contract - zonder WW-rechten heb je minimaal zes maanden nodig.
- Enig kostwinner in een gezin - jouw uitval treft meer mensen. Zes maanden is hier het minimum.
- Hoge vaste lasten - als je hypotheek of huur meer dan 35 procent van je netto inkomen inneemt, heb je een dikkere buffer nodig.
- Eigen woning met oudere installaties - ketel, dak, cv en witgoed kunnen op hetzelfde moment kapotgaan. Reken hier los €2.000 tot €3.000 extra voor.
Een snelle berekening: tel je vaste maandlasten op, voeg dertig procent toe voor variabele kosten, en vermenigvuldig met drie (of zes als een van bovenstaande punten op jou van toepassing is). Dat getal is jouw persoonlijke ondergrens.
Waarom het sparen maar niet lukt
De meeste mannen willen best een buffer. Ze beginnen er alleen nooit echt mee. Drie patronen die dat verklaren:
Eerst betalen, dan sparen - wie de maandkosten afhandelt en daarna kijkt wat er overblijft, spaart bijna nooit. Aan het einde van de maand is er vrijwel altijd niets meer over.
Het streefgetal voelt onhaalbaar - als je €8.700 nodig hebt en je hebt €0, is het verleidelijk om niets te doen. Dat gevoel saboteert meer mensen dan welke financiële oorzaak dan ook.
Geld is te makkelijk te zien - wie spaart op dezelfde rekening als waarop hij betaalt, geeft dat geld geheid een keer uit. Het staat er, dus het voelt beschikbaar.
Zo bouw je een buffer op als je nu niets overhoudt
De methode die werkt heet pay yourself first: je spaart eerst, voordat je ook maar een rekening betaalt. Stel een automatische overboeking in op de dag dat je salaris binnenkomt - naar een aparte spaarrekening bij een andere bank. Uit het zicht, uit het hart.
Begin met een bedrag dat onzinnig weinig voelt: €25 of €50 per maand. Het punt is niet het bedrag, maar het ritme. Verhoog het elk kwartaal met €25. Na een jaar zet je automatisch €100 tot €150 meer opzij, en je hebt het nauwelijks gemerkt.
Zet tegelijk in op de inkomende kant. Als je nooit hebt onderhandeld over je salaris, is dat waarschijnlijk de snelste manier om structureel meer ruimte te krijgen. Lees hoe dat werkt in dit artikel over waarom mannen nooit onderhandelen over hun salaris - en waarom dat je elk jaar geld kost.
De spaarrente stijgt - nu is het moment
Wie nu begint met sparen heeft meer geluk dan vijf jaar geleden. Nederlandse banken bieden op een vrij opneembare spaarrekening rentes van 2 tot 2,5 procent. Bij kleinere Europese banken - die onder hetzelfde depositogarantiestelsel vallen tot €100.000 - is 3 tot 3,5 procent haalbaar. Het Nibud legt uit hoe je dat spaarstelsel het beste benut.
Op een buffer van €5.000 is het verschil tussen een grootbankbodemrente en 3 procent bijna €140 per jaar. Geen fortuin, maar geld dat je gratis verdient. Vergelijken kost tien minuten en levert jarenlang meer op. Sluit je bufferrekening niet aan op je pinpas - het moet net iets onhandiger zijn om bij te komen dan je betaalrekening.
Wat je morgenvroeg al kunt regelen
Drie stappen, zonder spreadsheet of financieel plan van twintig pagina's:
- Open een tweede spaarrekening bij een andere bank (online in vijf minuten).
- Stel een automatische overboeking in van €50 op je eerstvolgende salarisdag.
- Bereken je persoonlijke bufferbedrag en zet het ergens neer waar je het terugziet.
De meeste mensen wachten tot ze genoeg verdienen om te beginnen met sparen. Maar dat moment komt niet vanzelf. En het pensioen staat ook verder weg dan je denkt - hoe die twee vraagstukken met elkaar samenhangen, zie je in wat er straks verandert aan je pensioen.
Een buffer bouw je met kleine bedragen, maand voor maand - totdat je hem niet meer mist, maar blij bent dat hij er is als je hem nodig hebt.