Op Prinsjesdag ging het dit jaar niet alleen over koopkracht en belastingschijven. Er kwam ook een stuk pensioennieuws voorbij dat maandenlang op de achtergrond speelde en nu ineens definitief is: het kabinet schrapt het plan om je AOW-leeftijd sneller te laten meestijgen met de levensverwachting. Voor iedereen die weleens rekende hoe oud je precies moet worden voordat je AOW krijgt, is dat geen kleinigheid.
Het klinkt als bureaucratisch geneuzel, maar het scheelt in de praktijk jaren werken. Hieronder wat er precies is besloten, waarom het gebeurde en wat er, ondanks alle opluchting, nog steeds overeind blijft staan.
Wat er precies is geschrapt
In het coalitieakkoord van begin dit jaar stond een plan om vanaf 2033 een extra knop om te draaien: stijgt de levensverwachting met een jaar, dan zou ook de AOW-leeftijd met een vol jaar omhoog gaan. Dat is een versnelling ten opzichte van de huidige regel. Dat plan is nu, bevestigd in de Prinsjesdag-stukken van 15 september, definitief van tafel. Minister Heinen schreef het letterlijk in de begroting voor Sociale Zaken: de een-op-eenkoppeling van de AOW-leeftijd wordt uit de plannen gehaald.
Er sneuvelde nog een tweede maatregel uit hetzelfde akkoord: het voornemen om het maximumdagloon, de basis waarop WW- en andere uitkeringen worden berekend, met 20 procent te verlagen. Ook die gaat niet door.
Waarom de vakbonden dit afdwongen
Dit besluit valt niet toevallig in september. Vakbonden stelden al voor de zomer een ultimatum: schrap de versnelde AOW-verhoging, of reken op stakingen. Het kabinet gaf toe en schreef in een toelichtende brief dat er ruimte moet komen voor een bredere dialoog over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid, in plaats van eenzijdig ingrijpen bij AOW, WW en WIA. Ook de verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden is met vier jaar uitgesteld, tot 2029.
Het patroon is bekend: een kabinet presenteert een bezuiniging, vakbonden mobiliseren, en de maatregel verdwijnt of schuift op. Wat deze zomer anders maakte, was de directe koppeling aan de pensioenleeftijd. Daar raakt het een gevoelige snaar bij veel dertigers en veertigers, want die groep merkt een verschuiving van een jaar direct in de eigen planning.
Wat er wel gewoon blijft staan
Belangrijk om scherp te hebben: de AOW-leeftijd staat niet stil. De bestaande koppeling aan de levensverwachting blijft gewoon van kracht. Volgens de huidige regels stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden voor elk jaar dat de levensverwachting toeneemt. Dat mechanisme bestaat al sinds 2013 en verandert niet door het Prinsjesdag-besluit.
Het verschil zit dus puur in het tempo. Met de geschrapte versnelling zou een stijgende levensverwachting één-op-één doorwerken. Nu blijft de vertraagde variant gelden, waarbij niet elk jaar extra levensverwachting ook een vol jaar later AOW betekent. Voor iemand die nu begin dertig is, kan dat verschil oplopen tot ruim een jaar minder werken dan in het geschrapte scenario.
Concreet: de AOW-leeftijd staat voor 2025, 2026 en 2027 vast op 67 jaar. Vanaf 2028 stijgt die naar 67 jaar en 3 maanden, en dat niveau blijft volgens de huidige inzichten gelden tot en met 2030. De overheid legt de AOW-leeftijd steeds vijf jaar van tevoren definitief vast, dus voor de rest van dit decennium ligt de datum al vast. Wat verder in de toekomst ligt, blijft koersen op de langzamere, bestaande koppeling in plaats van op het geschrapte versnelde tempo.
Wat dit betekent voor je pensioenplanning
Reken je AOW-leeftijd nog steeds niet blind uit voor de komende decennia. De Sociale Verzekeringsbank herberekent de officiële datum jaarlijks op basis van de nieuwste cijfers van het CBS, en dat blijft zo. Wat je wel kunt doen: ga ervan uit dat het tempo van de afgelopen jaren realistischer is dan het scenario dat nu is geschrapt, en bouw dat mee in elke berekening die je maakt over vervroegd stoppen of een aanvullend potje.
Dat aanvullende potje is toch al relevanter geworden nu het pensioenstelsel zelf is overgestapt op persoonlijke potjes die meebewegen met de beurs. Een AOW-leeftijd die minder hard stijgt, verandert daar weinig aan: je eigen pensioenpot blijft de plek waar je zelf nog kunt bijsturen. Wie toch actief aan het reserveren is, doet er ook goed aan te checken of er over dat spaargeld niet te veel belasting wordt betaald, want dat scheelt bij elkaar opgeteld ook al snel een paar honderd euro per jaar.
Waarom dit ook je salarisgesprek raakt
Het schrappen van de AOW-versnelling staat niet op zichzelf. Het kabinet maakt dit jaar sowieso geld vrij om koopkracht te repareren, en dat sluit aan bij een bredere trend waarin werknemers meer druk zetten op hun eigen financiële toekomst. Diezelfde beweging zie je terug bij de nieuwe wet die salarisonderhandelingen transparanter moet maken: ook daar ging het pas bewegen nadat werknemers en hun vertegenwoordigers structureel aan de bel trokken.
Voor jou persoonlijk verandert er dus niets aan de rekenmethode voor je AOW, maar wel aan het tempo waarin die leeftijd de komende jaren oploopt. Ga dus niet uit van één vaste leeftijd, zoals 68 of 69, voor de rest van je loopbaan. Kijk in plaats daarvan één keer per jaar, bijvoorbeeld rond Prinsjesdag, naar de actuele SVB-berekening voor je geboortejaar. Zo baseer je je plannen op wat er echt geldt, niet op een scenario dat inmiddels alweer van tafel is.