Je telefoon valt uit je hand, het scherm barst, en de reparatie kost bijna net zoveel als een nieuw toestel. Herkenbaar? Vanaf 31 juli 2026 is dat verhaal in de hele Europese Unie officieel anders. De Right to Repair-richtlijn is dan van kracht, en die verplicht fabrikanten om je apparaten jarenlang repareerbaar te houden, ook als de garantie allang verlopen is.
Het klinkt als een saai stukje regelgeving, maar de impact op je portemonnee en je gadgetkast is groot. Hieronder lees je precies wat er verandert, voor welke apparaten het geldt en waar je op moet letten voordat je juichend je oude telefoon weer induikt.
Wat er sinds 31 juli 2026 verandert
Fabrikanten zijn nu wettelijk verplicht om reparaties aan te bieden tegen een redelijke prijs, zelfs als je product buiten de garantietermijn valt. Ze moeten reserveonderdelen, gereedschap en reparatie-informatie beschikbaar stellen aan zowel consumenten als onafhankelijke reparateurs. Voorheen kon een merk je gewoon doorverwijzen naar de winkel voor een nieuw exemplaar. Dat mag straks niet meer zomaar.
Er komt ook een verplicht standaardformulier, het European Repair Information Form, waarop je vooraf ziet wat een reparatie gaat kosten en hoelang die duurt. Geen verrassingen meer achteraf. En laat je iets repareren, dan krijg je er automatisch twaalf maanden extra garantie bij op dat specifieke onderdeel.
Welke apparaten vallen eronder
De richtlijn start met een vaste lijst: wasmachines, vaatwassers, koelkasten, stofzuigers, smartphones, tablets en televisies. Voor smartphones geldt dat onderdelen en reparatie minimaal zeven jaar beschikbaar moeten blijven, voor wasmachines loopt dat op tot tien jaar. De lijst wordt de komende jaren uitgebreid, maar laptops en printers vallen er bij de start nog niet volledig onder. Dat is precies waar bedrijven als Marshall al op inspeelden voordat de wet er was. Wil je zien hoe dat er in de praktijk uitziet? Lees ook ons artikel over de Marshall Stockwell III met vervangbare batterij, een speaker die precies laat zien waar de wetgever nu op mikt.
Waarom dit nu pas gebeurt
De EU werkt al sinds 2020 aan een bredere ecodesign-strategie om producten langer mee te laten gaan, maar tot dit jaar bleef het vooral bij losse maatregelen, zoals de verplichte USB-C-oplader voor telefoons. Right to Repair is de eerste keer dat er echt een harde reparatieplicht met concrete termijnen in de wet staat. De druk kwam deels van de elektronicaberg: Nederland produceert per inwoner meer dan twintig kilo elektronisch afval per jaar, en een groot deel daarvan bestaat uit apparaten die met een simpel onderdeel nog jaren hadden kunnen meegaan. Fabrikanten die vooral verdienen aan de verkoop van nieuwe toestellen hadden daar tot nu toe weinig belang bij, en dat is precies waar deze wet verandering in moet brengen.
Wat het je kan besparen
Een gemiddelde schermreparatie aan een smartphone kost al snel honderd tot tweehonderd euro. Nu fabrikanten verplicht zijn onderdelen tegen een redelijke prijs te leveren, verwacht de Consumentenbond dat die kosten dalen en dat reparaties transparanter worden. Voor huishoudelijke apparaten kan het verschil nog groter zijn: een nieuwe wasmachine kost al snel zeshonderd euro, terwijl een reparatie vaak voor een fractie daarvan te doen is als het onderdeel maar leverbaar is. Dat scheelt flink, zeker als je bedenkt hoeveel geld er nu al ongemerkt wegvloeit naar abonnementen en impulsaankopen. Wil je dat inzichtelijk maken? we schreven eerder over hoe koop-nu-betaal-later je meer kost dan je denkt, en die logica geldt net zo goed voor het te snel vervangen van elektronica.
De addertjes onder het gras
Zo mooi als het klinkt, de wet is niet waterdicht. Fabrikanten mogen zelf bepalen wat een "redelijke prijs" is voor een reparatie, en daar zit ruimte om net onder de grens van een nieuw product te blijven zitten. Ook is er kritiek dat de reparatieplicht vooral geldt voor onderdelen die een fabrikant toch al op voorraad heeft, terwijl juist de duurdere componenten zoals accu's en schermen soms buiten de verplichting vallen door slimme definities in de wet. Kortom: de wet zet de deur open, maar jij moet als consument nog steeds zelf om een offerte vragen en die vergelijken voordat je tekent.
Zo pak je een reparatie nu slim aan
Ga bij een defect apparaat eerst na of het onder de nieuwe categorieën valt. Vraag de fabrikant of een erkende reparateur naar het European Repair Information Form, zodat je prijs en doorlooptijd zwart op wit hebt. Vergelijk die prijs altijd met een onafhankelijke reparateur in de buurt, want de wet verplicht fabrikanten niet om de goedkoopste optie te zijn. En check voordat je een nieuw toestel koopt of het merk al langer bekendstaat om reparatievriendelijke ontwerpen. Merken die daar al jaren op inzetten, zoals bij de vervangbare batterij van de Marshall-speaker hierboven, lopen nu gewoon voor op wat de wet vanaf deze zomer afdwingt bij de rest.
Dit is wat je morgen anders doet
De volgende keer dat je telefoon een tik krijgt of je wasmachine gaat lekken, is weggooien niet meer automatisch de snelste of goedkoopste route. Vraag eerst een reparatieprijs op, vergelijk die met een nieuw toestel, en reken mee met de langere garantie die je er sinds deze zomer gratis bij krijgt. Het scheelt je geld, en je oude apparaat hoeft niet meteen bij het elektronica-afval te belanden.