Body & Mind

Zone 2 cardio is minder magisch dan iedereen denkt

· 5 min leestijd

Iedereen heeft de afgelopen jaren wel iemand horen praten over Zone 2. Het verhaal klonk eenvoudig: fiets of hardloop op een tempo waarop je nog net door je neus ademt, doe dat een uur, en je mitochondriën knappen er volledig van op. Peter Attia maakte het mainstream, Andrew Huberman duwde het verder, en Strava-feeds vulden zich met "easy day" runs van anderhalf uur. De boodschap was helder: traag is het nieuwe hard.

Dat verhaal krijgt nu stevig tegengas. Een nieuwe narrative review in Sports Medicine, met onder anderen spierfysioloog Brad Schoenfeld op het auteursveld, legde Zone 2 naast intensere vormen van duurtraining. Zodra het totale trainingsvolume gelijk werd getrokken, deed hardere arbeid het minstens zo goed, ook op de uitkomsten waar Zone 2 zijn faam aan dankt.

Wat de nieuwe review precies zegt

De auteurs vergeleken tientallen studies van Zone 2 (langdurige cardio rond de eerste lactaatdrempel) met intervals, tempo-arbeid en HIIT. Voor mitochondriële biogenese, oxidatieve enzymen en vetverbranding is geen consistent voordeel voor Zone 2 te zien zodra het volume gelijk is. Voor VO2 max en lactaatdrempel scoren intensere protocollen zelfs beter. De volledige review staat op PubMed en is uitgesproken kritisch over de manier waarop Zone 2 in podcasts wordt verkocht.

Daar komt nog iets bij. Een aparte studie keek naar individuele variatie en zag dat de Zone 2-grenzen per persoon zo ver uiteenlopen dat dezelfde hartslagzone voor de een echt aerobic werk is, en voor de ander al midden in zone 3. De cijfers in die studie laten verschillen tot tientallen hartslagen zien tussen "Zone 2" bij identieke testpersonen. Wie zonder lactaattest of VO2-meting zijn zone schat, zit waarschijnlijk niet waar hij denkt te zitten.

Hoe de hype kon ontstaan

Zone 2 stond niet zomaar in de spotlights. Wielrenners en marathonlopers werken al decennia met polarized training: tachtig procent makkelijk, twintig procent keihard. Onderzoekers zoals Iñigo San Millán, de coach van Tadej Pogačar, vertaalden dat schema naar het lab en koppelden het aan mitochondriële gezondheid. Attia pikte San Millán op in zijn podcast, en daarna ging het hard.

Het probleem zit niet in Zone 2 zelf, maar in hoe het verhaal werd uitvergroot. Topwielrenners doen twintig tot dertig uur per week, dus tachtig procent rustig is alsnog twintig uur duurarbeid. De gemiddelde man die vier of vijf uur per week sport, kopieert die ratio en houdt drie uur Zone 2 plus één korte interval over. Dat is een totaal ander recept, met een totaal ander effect.

Waarom dit telt voor mannen met weinig tijd

De review is concreet over de groep voor wie de gevolgen het grootst zijn: iedereen die minder dan zes uur per week traint. Voor hen levert tijd in zone 4 en 5, dus boven de tweede lactaatdrempel, een grotere winst op VO2 max op dan dezelfde minuten in Zone 2. En VO2 max is precies de marker die veel sterker correleert met levensverwachting dan je BMI, zoals we eerder schreven.

Vertaald naar de praktijk: drie keer per week veertig minuten op een rustig pak draven brengt je minder ver dan twee keer een korte intervaltraining plus één lange wandeling of fietstocht. Het tweede schema duwt je hartlongsysteem harder, kost minder tijd, en geeft je hoofd ruimte voor herstel tussen sessies door.

De rol die Zone 2 wel verdient

Schrap Zone 2 niet helemaal. Voor wie tien uur of meer traint, blijft een polarized model verstandig: het overgrote deel rustig, een klein deel hard. Lange aerobe arbeid bouwt slagvolume in het hart op, leert je lichaam om vet als brandstof te gebruiken en houdt verzuring laag. Dat zijn echte voordelen, zeker voor wie traint voor een marathon, lange fietsritten of een Hyrox-evenement.

Het verschil is dat je nu weet wat Zone 2 wel en niet is. Het is niet de heilige graal voor metabole gezondheid. Het is een trainingstool die werkt als de rest van je schema klopt: krachttraining, voldoende slaap, en een paar keer per week echt boven adem komen.

Wat je morgen anders doet

Begin met een eerlijke inschatting van je trainingsuren. Train je minder dan zes uur per week, schrap dan minstens één Zone 2-sessie en zet er een interval voor in de plaats. Vier blokken van vier minuten op tempo waarop je niet meer kunt praten, met drie minuten rust ertussen, doet meer voor je VO2 max dan een uur joggen.

Train je meer, behoud Zone 2 dan, maar laat je niet vangen door de hartslagzone alleen. Als je geen lactaatmeting hebt gedaan, gebruik de praattest: in Zone 2 voer je nog hele zinnen uit, zonder te happen. Voel je dat je adem schokt, dan zit je in zone 3, precies het stuk dat de polarized methode wil vermijden.

De grootste winst zit niet in een nieuwe trend, maar in iets ouderwets: variatie. Een paar harde, korte stoten, een lange rustige duur, en de rest met andere bewegingsvormen. Daar wijst het bewijs voor zacht trainen ook naar, zolang je het niet als enige troef inzet.

J
Geschreven door Jesse van Zijl Fitness & gezondheid schrijver

Jesse begon op zijn twintigste met calisthenics in een Rotterdams park en bouwde dat uit tot een obsessie met alles wat met het menselijk lichaam te maken heeft. Van voeding tot slaapoptimalisatie, hij heeft het uitgeprobeerd. Zijn vrienden vragen hem niet meer mee uit eten omdat hij altijd de menukaart analyseert.