Juni is de internationale maand van mannengezondheid, en dat levert meteen campagnes op die mannen aanmoedigen om te praten. Terecht initiatief. Maar de cijfers laten zien hoe groot het gat is tussen de campagne en de werkelijkheid: van alle mannen met psychische klachten zoekt meer dan 60 procent nooit hulp. Niet bij een therapeut, niet bij de huisarts, en voor veel mannen ook niet bij iemand in hun eigen omgeving.
Wat de nieuwste RIVM-cijfers laten zien
Het RIVM publiceerde begin 2025 zijn Monitor Mentale Gezondheid, een grootschalig landelijk onderzoek. Uitkomst: 39 procent van de Nederlandse mannen boven de 18 had in de afgelopen vier weken last van angst- of depressiegevoelens. Bijna vier op de tien mannen liep dus rond met iets wat zijn dagelijkse functioneren raakt. Dat is geen uitzondering, dat is een patroon.
Bij vrouwen liggen die cijfers op 49 procent, dus vrouwen scoren hoger. Maar dat betekent niet dat het probleem bij mannen kleiner is. Het betekent dat vrouwen vaker hulp zoeken, waardoor hun klachten zichtbaarder worden. Mannen met vergelijkbare klachten verdwijnen in de statistieken omdat ze nooit bij een hulpverlener aankloppen. Wat je niet meet, zie je ook niet.
Waarom mannen zo lang wachten
Er zijn twee soorten drempels: interne en externe.
De interne drempel heeft alles te maken met zelfbeeld. Hulp vragen voelt voor veel mannen als een teken van zwakte. Dat heeft niets met intelligentie te maken, maar met een patroon dat vroeg begint: jongens groeien op met de impliciete boodschap dat ze doorbijten. Onderzoekers noemen dit zelf-stigma, het schuldgevoel over de eigen klachten dat professionele hulp in de weg staat.
De externe drempel is praktischer. Therapie is duur. Wachttijden in de Nederlandse GGZ lopen inmiddels op tot meer dan een jaar bij veel instellingen. En de standaard gesprekstherapievorm sluit niet altijd aan bij hoe mannen problemen verwerken. Mannen praten niet zozeer over hun situatie terwijl ze stilzitten. Ze praten er eerder over terwijl ze iets doen, naast iemand in plaats van tegenover iemand.
Het zelfmoordcijfer dat de urgentie toont
De meest indringende cijfers komen van het CBS. In 2024 maakten 1.849 mensen in Nederland een einde aan hun leven. Dat zijn gemiddeld vijf mensen per dag. Mannen deden dat ruim twee keer zo vaak als vrouwen: 14,7 tegenover 6,2 per honderdduizend inwoners.
Dat komt niet doordat mannen depressiever zijn. Het komt doordat mannen signalen later herkennen, later delen en later laten behandelen. Tegen de tijd dat een situatie escaleert, is er al lang te weinig gedaan. Dat is geen persoonlijk falen. Het is het voorspelbare resultaat van een cultuur die stilzwijgen beloont.
Wat werkt als een psycholoog te ver weg voelt
Therapie is niet de enige weg, en dat is geen reden om helemaal niets te doen. Het maakt de keuze minder alles-of-niets.
Bewegen heeft een bewezen effect op milde depressie en angst, vergelijkbaar met lichte medicatie bij milde klachten. Niet als vervanging voor professionele hulp, maar als zinvolle eerste stap. Dat verklaart ook waarom de hardloopclub voor veel mannen meer is dan sporten: het contact met anderen is minstens zo waardevol als de kilometers.
Vriendschappen beschermen ook, zelfs als mentale gezondheid nooit expliciet ter sprake komt. Regelmatig contact met andere mannen, samen iets doen, buiten zijn, werkt preventief. Niet therapeutisch bedoeld, maar wel effectief.
Wie serieuze klachten herkent, doet er verstandig aan om eerst bij de huisarts aan te kloppen in plaats van direct een psycholoog te zoeken. De huisarts kan de urgentie inschatten en de juiste route vinden. Wachten tot het niet meer gaat is wat de meeste mannen doen. Dat verklaart ook waarom mannen gemiddeld met ernstigere klachten binnenkomen als ze eindelijk hulp zoeken.
En dan is er nog de stille variant: geldstress is een van de meest voorkomende bronnen van psychische druk bij mannen, maar vrijwel niemand brengt het ter sprake. Mentale klachten en praktische stress zijn bij mannen vaker met elkaar verweven dan ze zelf doorhebben.
Dit is wat je morgen kunt doen
Geen grote stap, maar een kleine.
Merk je dat je al een paar weken moe bent, minder zin hebt in dingen die je vroeger leuk vond, of vaker geïrriteerd reageert? Dat zijn vroege signalen. Geen reden voor paniek, maar wel een reden om er iets mee te doen. Benoem het bij één persoon in je omgeving, niet om het op te lossen, maar om het te zeggen.
Er is ook een anonieme, gratis lijn: de Luisterlijn is dag en nacht bereikbaar via 088 - 0767 000. Geen wachttijden, geen verwijsbrief, geen dossier. Gewoon iemand die luistert. Dat mannen dat vaker gaan gebruiken is geen vrome wens. Het is gewoon logisch.