Je ziet het steeds vaker op de sportschool of bij de koffieautomaat: een klein wit pleistertje op de bovenarm. Geen hechtpleister voor een wondje, maar een glucosesensor. Niet van een collega met diabetes, maar van iemand die precies wil weten wat een boterham met pindakaas met zijn bloedsuiker doet. Sinds de Amerikaanse FDA in maart 2024 de eerste glucosesensor zonder recept goedkeurde, is het apparaatje niet langer voorbehouden aan mensen met diabetes. De vraag is alleen of je er als gezonde man echt iets aan hebt.
Wat die sensor eigenlijk meet
Een continue glucosemonitor, kortweg CGM, is een klein sensortje dat je met een pleister op je bovenarm of buik plakt. Het meet niet je bloedsuiker rechtstreeks, maar de glucose in het vocht net onder je huid. Dat geeft een vertraging van een paar minuten ten opzichte van je echte bloedwaarde, iets waar fabrikanten weinig reclame mee maken. De Dexcom Stelo, de sensor die de FDA op 5 maart 2024 als eerste zonder recept goedkeurde, gaat vijftien dagen mee en stuurt elke vijftien minuten een nieuwe meting naar je telefoon. Volgens de goedkeuring van de FDA is het toestel bedoeld voor volwassenen van achttien jaar en ouder die geen insuline gebruiken, zowel mensen met diabetes die met tabletten worden behandeld als mensen zonder diabetes die willen zien wat voeding en beweging met hun bloedsuiker doen.
Waarom nu iedereen er eentje wil
Een paar maanden na de Stelo kreeg ook de Lingo van Abbott een vrijgave, met een nadrukkelijke framing als "health and wellness"-product in plaats van medisch hulpmiddel. Sinds september 2024 kun je zo'n sensor zonder tussenkomst van een arts bestellen. Dat past bij een bredere biohacking-trend: net zoals je creatine niet meer alleen voor bodybuilders is, is een glucosesensor niet meer alleen voor diabetici. Een flink deel van die hype komt van social media. Jessie Inchauspé, bekend als de glucose goddess, heeft op Instagram meer dan 5,5 miljoen volgers die haar tips volgen om bloedsuikerpieken te vermijden. Haar boodschap: elke piek is een probleem. Wetenschappelijk is dat een stuk genuanceerder.
Wat artsen en diëtisten er zelf van zeggen
Chantal Mathieu, hoogleraar endocrinologie aan UZ Leuven, zegt het kernachtig: een goede begeleiding is cruciaal. Ze waarschuwt dat gezonde gebruikers hun situatie niet moeten verwarren met die van mensen met diabetes. Een sensor kan 's nachts vals alarm slaan bij waarden van 55 tot 65 mg/dl, terwijl dat voor een gezond lichaam volkomen normaal is. Inge Everaert van de Diabetes Liga is, tegenover VRT NWS, nog directer over het idee dat glucosemonitoring gezonde mensen beter laat eten: daar is geen hard wetenschappelijk bewijs voor. En Michaël Sels, diëtist en innovatiemanager klinische voeding bij UZ Antwerpen, zet de prioriteiten recht: we moeten vooral de toegevoegde suikers schrappen, niet gedetailleerd schommelingen in ons bloed meten. Een tijdelijke stijging van je bloedsuiker na het eten is normaal fysiologisch gedrag, geen signaal dat er iets mis is met je dieet.
Sels zet die oproep ook in cijfers. Slechts 5 procent van de Belgen eet voldoende groenten en 10 procent voldoende fruit, terwijl de helft te zwaar is en een kwart dagelijks frisdrank drinkt. Dat zijn, volgens hem, de knoppen waar je echt aan moet draaien, niet de kleine schommeling die je sensor na een boterham laat zien. Interessant genoeg meet ongeveer 4 op de 10 Vlamingen intussen actief hun gezondheid met een smartwatch, sensor of app, zo blijkt uit de Digimeter van onderzoeksinstituut imec. De honger naar eigen data is dus groot, alleen is niet elk cijfertje even bruikbaar.
De valkuil van te veel meten
Het probleem met continu meten is niet de data, maar wat je ermee doet. Zodra je elke piek op je telefoon ziet verschijnen, is de verleiding groot om brood, pasta en fruit als vijand te behandelen, terwijl je lichaam daar prima mee overweg kan. Diëtisten zien dat patroon terugkomen: mensen die een gezonde maaltijd gaan vermijden omdat de grafiek even omhoog schoot. Daarbij komt de prijs. Een sensorprogramma kost al snel honderden euro's, geld dat je net zo goed kunt besteden aan een eenmalig gesprek met een diëtist, die via een voedingsdagboek vaak al kan inschatten hoe je lichaam op maaltijden reageert. Voor je VO2 max bijvoorbeeld bestaat intussen stevig bewijs dat het je levensduur voorspelt. Voor losse glucosepieken bij gezonde mensen is dat bewijs er simpelweg nog niet.
Dit meet je net zo goed zonder sensor
Wil je echt iets leren over je eigen lijf, dan hoeft dat niet met een pleister van honderd euro per maand. Let op hoe je je voelt een uur na het eten: moe en futloos wijst vaker op te veel bewerkte koolhydraten dan een piekje op een grafiek. Een korte wandeling na de maaltijd doet voor je bloedsuiker net zoveel als wat de meeste sensorgebruikers op hun scherm proberen te sturen. Ook je magnesiumbalans en gewone bloedwaarden bij de huisarts geven vaak al genoeg richting. Een glucosesensor kan interessant zijn als je samen met een diëtist of arts naar een concreet doel toewerkt, zeker als er in de familie diabetes voorkomt. Maar als gezonde man die vooral nieuwsgierig is naar zijn eigen cijfers, geef je waarschijnlijk veel geld uit aan een grafiek die vooral bevestigt wat je al wist: eet minder suiker, beweeg na het eten, en laat een piek een piek zijn.