Je checkt je bankrekening, ziet een paar duizend euro spaargeld staan en denkt meteen aan de fiscus. Terecht, want boven een bepaald bedrag wil de Belastingdienst een hap uit je rente. Het goede nieuws: voor de meeste spaarders pakt box 3 in 2026 juist iets voordeliger uit dan in 2025. Hier is wat er precies verandert en wat het je kost.
Het heffingsvrij vermogen gaat omhoog
Elk jaar mag je een deel van je vermogen belastingvrij houden. Voor 2026 is dat bedrag 59.357 euro per persoon, meldt de Belastingdienst. Heb je een fiscaal partner, dan tellen jullie bedragen samen en ligt de grens op 118.714 euro. Dat is hoger dan in 2025, toen de grens nog op 57.684 euro per persoon stond. Alles onder dat bedrag blijft gewoon buiten box 3, hoeveel rente je er ook over krijgt.
Pas als je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen samen boven die grens uitkomen, telt de Belastingdienst mee. En dat gebeurt sneller dan je denkt: je auto van de zaak telt niet mee, maar een tweede huis, aandelen of crypto wel.
Spaargeld wordt met een lager percentage belast
Box 3 werkt met een forfaitair rendement: de Belastingdienst gaat ervan uit dat je vermogen een vast percentage oplevert, los van wat je bank je daadwerkelijk aan rente geeft. Voor bank- en spaartegoeden is dat percentage in 2026 1,28 procent, tegen 1,37 procent in 2025. Over dat forfaitaire rendement betaal je 36 procent belasting, hetzelfde tarief als vorig jaar.
Voor beleggingen en overige bezittingen, denk aan een tweede woning of een aandelenportefeuille, ligt dat percentage juist hoger: 6,00 procent, tegen 5,88 procent in 2025. Overweeg je om straks een tweede huis te kopen nu de overdrachtsbelasting daalt, dan is dit een extra rekenpost om mee te nemen.
Wat dit concreet kost, met een rekenvoorbeeld
Stel, je bent alleenstaand en hebt 100.000 euro op je spaarrekening staan. In 2026 trek je daar eerst de 59.357 euro vrijstelling van af, waardoor 40.643 euro overblijft. Daarover rekent de Belastingdienst 1,28 procent forfaitair rendement, goed voor 520,23 euro. Je betaalt daar 36 procent belasting over: 187,28 euro.
Vergelijk dat met 2025. Toen trok je 57.684 euro van je vermogen af, bleef er 42.316 euro over, en rekende de fiscus daar 1,37 procent rendement over: 579,73 euro. Bij hetzelfde tarief van 36 procent kwam je toen uit op 208,70 euro. Je betaalt dit jaar dus ruim 21 euro minder over precies hetzelfde spaarbedrag, puur door de hogere vrijstelling en het lagere forfait.
Heb je een fiscaal partner en samen 200.000 euro spaargeld, dan werkt het rekenwerk hetzelfde, alleen met de dubbele vrijstelling. In 2026 trek je 118.714 euro af, blijft 81.286 euro over, en reken je 1,28 procent forfait uit tot 1040,46 euro. Daarover betaal je samen 374,57 euro belasting. In 2025 kwam je met dezelfde 200.000 euro nog op 417,40 euro uit. Ook als stel scheelt het dus een tientje of veertig, zonder dat je er zelf iets voor hoeft te doen.
Waarom 1,28 procent nog niet definitief is
De percentages voor spaargeld en schulden staan er dit jaar nog met een sterretje bij: ze zijn voorlopig. De Belastingdienst stelt het definitieve percentage voor 2026 pas begin 2027 vast, als bekend is wat de gemiddelde spaarrente dat jaar echt was. Valt die rente lager uit dan verwacht, dan kan je uiteindelijke belastingaanslag ook lager uitpakken. Het percentage voor beleggingen staat wel al vast op 6,00 procent, daar verandert later niets meer aan.
Dat voorlopige karakter is ook de reden dat je nettoloon dit jaar anders aanvoelt dan de cijfers op papier suggereren: belastingregels wijzigen soms nog na publicatie, en de definitieve aanslag kan afwijken van je voorlopige aanslag.
Spaargeld versus beleggen, het verschil wordt groter
Met een forfait van 1,28 procent voor spaargeld tegenover 6,00 procent voor beleggingen wordt het verschil in behandeling steeds groter. Heb je vooral spaargeld, dan val je dit jaar relatief gunstig uit. Beleg je, dan rekent de fiscus met een veel hoger fictief rendement, ook als je aandelen dat jaar verlies draaiden. Dat is meteen een van de grootste kritiekpunten op het huidige systeem: box 3 kijkt naar een gemiddelde, niet naar jouw werkelijke resultaat.
Voor wie dat raakt, bestaat er een uitweg. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager lag dan het forfait, dan kun je dat laten corrigeren via de aangifte inkomstenbelasting. Dat vraagt wel administratie: jaaroverzichten van je bank en broker, en een goed beeld van waardestijgingen en -dalingen door het jaar heen.
Dit is wat je nu met je spaarrekening doet
Heb je een fiscaal partner, kijk dan samen naar hoe jullie vermogen verdeeld is. Omdat jullie vrijstellingen optellen tot 118.714 euro, kan het slim zijn om spaargeld zo te verdelen dat je allebei zoveel mogelijk van je eigen vrijstelling gebruikt. Zit je net over de grens, dan loont het om voor 1 januari nog te kijken of je bijvoorbeeld een grote uitgave, zoals een extra pensioenstorting, naar voren kunt halen om je vermogen op de peildatum te verlagen.
En check vooral je voorlopige aanslag zodra die binnenkomt. Met de huidige percentages van de Belastingdienst weet je nu al ongeveer waar je aan toe bent, in plaats van dat je in 2027 voor een onverwachte naheffing komt te staan.